Koninklijke Aloude Gilde Sint Sebastien
Historisch
De gilden en in het bijzonder de wapengilden waren van bij hun ontstaan zeer sterk verbonden met het stadsbestuur en waren medebepalend in de identiteit van hun stad of gemeente. Wanneer de Vlaamse steden zich in de 13e eeuw ontwikkelen tot bestuurlijke en economische entiteiten, groeide ook hun drang naar zelfstandigheid en bevestiging.
Nergens in West-Europa, uitgezonderd de stadstaten in Italië, zouden de steden zo machtig worden als in onze gewesten. Zo machtig dat ze gedurende eeuwen een geducht tegengewicht konden vormen tegen de opeenvolgende landvorsten.
Wapengilden
In een maatschappij waarin de handel en de geldeconomie zich snel ontwikkelden, ontstond, naast de oude patriciërsgeslachten (de oorspronkelijke grondbezitters in de steden), een klasse van rijke handelaars wiens welslagen afhankelijk was van de sociale rust en stabiliteit.
Het is in dit kader dat het ontstaan van de wapengilden gesitueerd moet worden: ambachtslieden en kleine burgerij verenigen zich onder het patronaat van een heilige en spreken onderling af om zich op bepaalde tijdstippen te oefenen in het hanteren van één soort wapen, waaronder de handboog.

Sint Sebastien
Aan het hoofd van de gilde staat de hoofdman, aangevuld met
een jaarlijks wisselende koning.
Hoewel de schietingen in het begin konden doorgaan op de wieken van een
plaatselijke windmolen, ontstonden er al snel gildehoven: een oefenterrein met
staande wip, met in de omgeving een herberg al dan niet eigendom van de gilde.

Voor de Sint Sebastiensgilde van Ronse dateert de vroegste
vermelding uit een stuk van 1557 dat evenwel verwijst naar een toestand sinds
1535: "In de Camstrate, te voorhoofde commende aan de Meulebeke, zuyt aen den
Hof ende erve van 't selve gulde, ende west an d'erve van den hospitale te
Ronse". Hoogstwaarschijnlijk gaat het om een terrein dat momenteel op de plaats
van de brandweerkazerne gesitueerd moet worden.
Het lokale gildeleven kende twee hoofddagen: de feestdag van de patroonheilige
(20 januari Sint Sebastien) en de koningsschieting.

1511
Men zou de gilden in oorsprong kunnen vergelijken met een soort burgermilitie. Ze speelden intern in de steden een belangrijke rol in de ordehandhaving en de bewaking bv. bij openbare terechtstellingen en opstanden. Daarnaast konden zij ook door de landvorst opgeëist worden om prestaties te leveren in het kader van een militaire campagne zoals deelname aan een beleg of veldslag.
De handboogilden vallen veelal onder het beschermheerschap van Sint Sebastien. In Ronse wordt Sint Sebastien voor het eerst vermeld in 1511. De gilde zou echter ook aanwezig geweest zijn bij de slag van Parijs in 1402 en zou zelf kunnen teruggaan tot 1297. We kennen in elk geval deze feiten:
1511: de kapittelheren van Sint Hermes stellen een kapel in de kerk ter beschikking van de Sint Sebastiensgilde. Zij mogen er een beeld van hun heilige plaatsen, een maandelijkse mis houden en hun juwelen en eretekens bewaren.
1555: het kapittel mag van de Raad van Vlaanderen de relieken van Sint Hermes vóór de ommegang niet uitstallen, behalve in aanwezigheid van de baljuw en de gewapende gildebroeders van Sint Sebastien, "om te beletten de desorders".
1568: de gilden van de Sint Sebastien en Hermes handhaven de orde tijdens een executie en ontvangen daarvoor een vat bier van de stad.
1623: Filip IV, koning van Spanje, verleent aan de gilde een nieuw charter.
1630: graaf Jan van Nassau-Siepen, kersverse heer van Ronse, schiet de hoofdvogel af en schenkt de gilde 2 zilveren plakketten.
Daar waar de boogschutters (efr. de Engelse longboog) in de
late 14e en de 15e eeuw het tij op het slagveld nog konden doen keren,
veranderde de situatie grondig in de 16e eeuw.
Dat had verschillende redenen. Één ervan was de evolutie in de krijgskunst: de
ontdekking van het buskruit leidde al snel tot de uitbouw van de artillerie en
van (aanvankelijk logge) vuurwapens die de rol van de handboog teniet deden. Deze
gecompliceerde en dure wapens, gecombineerd met de relatieve onbetrouwbaarheid
van de stedelijke milities die nu eens in dienst van de vorst stonden en dan
weer tegen hem in opstand kwamen, maakten dat de vorsten meer en meer hun
toevlucht zochten tot beroepssoldaten of huurlingen.

Folklore
Hoewel de wapengilden tot aan het einde van het Ancien Régime bij welbepalende gelegenheden opgeroepen werden om wachtdienst te doen of de orde te handhaven, werd hun openbaar optreden steeds meer ceremonieel en behoren de schietingen meer en meer tot het domein van de vermakelijkheden.
Grootse banketten en festiviteiten op Sint Sebastiaansdag, naar aanleiding van de viering van jubilarissen en op de koningsschieting vormden de hoogtepunten van het schuttersjaar en dit tot op vandaag. Processies op religieuze hoogdagen of de blijde inkomst van een landvorst of plaatselijke heer waren aanleidingen om in groot tenue in het openbaar te verschijnen en om hun verknochtheid aan de tradities te tonen. Hun goede relatie met het stadsbestuur werd bevestigd door het leveren van vaten bier of fiscale vrijstelling daarop n.a.v. geleverde prestaties of feestelijkheden.
Fiertel
Ook het Ronsische gildeleven werd door dit onveranderlijk patroon van schietingen, feestelijkheden en rituelen bepaald. Maar hier kwam er nog één lokale hoogdag bij: de Fiertelommegang van Sint Hermes, waar de Sint Sebastiensgilde instond voor de bewaking van het tentoongestelde schrijn en voor het doen van uit- en ingeleide op de ommegang zelf.

19e eeuw
In 1795 worden onze gewesten bij Frankrijk ingelijfd. De
gilden werden tot ca. 1802 afgeschaft.
Ondanks hun gehechtheid aan bewind en traditie, ontsnappen de gilden niet aan
de grote stromingen van de 19e eeuw.
Een gevolg van de industriële revolutie was het razendsnel ontstaan van een nieuwe, schatrijke burgerij. Die rijkdom vond dikwijls een oorsprong in het opkopen van zwartgoed of de aangeslagen kerkelijke of adellijke bezittingen. Zo ontstond een progressieve, liberale gedachte die later zou leiden tot de tegenstelling klerikaal – antiklerikaal.
Deze controverse zal het Belgisch politieke leven decennia lang beheersen en laat ook de gildebroeders niet onberoerd. Zo zal de Sint Sebastiensgilde evolueren tot een vereniging waar de overtuiging van de leden vrij is.
De aloude waarden van vriendschap en samenhorigheid maakten hierbij steeds een basisbestanddeel uit van het gildeleven. Doorheen alle turbulentie en soms wrede periodes in onze geschiedenis is dit steeds een constante gebleven. En is dat, in een periode van nationale en internationale verschuivingen, niet waar wij allemaal naar hunkeren?

